Hoe Schiedam uitgroeide tot de jeneverstad van Nederland

Main

Hoe Schiedam uitgroeide tot de jeneverstad van Nederland

Wie door de binnenstad van Schiedam loopt, ziet het meteen: reusachtige windmolens, statige pakhuizen en smalle grachten met oude bedrijfspanden. Het zijn de sporen van een industrie die de stad eeuwenlang heeft bepaald. Schiedam was ooit de jenevermetropool van Nederland, met honderden branderijen die dag en nacht stookten.

Maar hoe is dat zo gekomen? En wat is er van die bloeitijd overgebleven? In dit artikel lees je hoe de jeneverindustrie ontstond, hoe ze groeide en weer kromp, en waar je haar nog altijd kunt terugvinden.

Een gunstige plek aan de Maas

De basis voor de jeneverindustrie lag in de ligging van Schiedam. De stad zat dicht bij de Maas en had via havens en grachten een directe verbinding met de zee. Graan uit de Baltische landen en later uit andere delen van Europa kon zo goedkoop worden aangevoerd. Dat graan was de belangrijkste grondstof voor moutwijn, de basis van jenever.

In de zeventiende eeuw begonnen de eerste branderijen in de stad. Rond 1700 groeide het aantal snel, mede doordat de traditionele visserij en haringhandel minder opleverden. Ondernemers zochten een nieuwe bron van inkomsten en vonden die in het stoken van gedistilleerd.

Van graan tot jenever

Het productieproces kende verschillende stappen, die vaak door aparte bedrijven werden uitgevoerd. In de mouterijen liet men gerst ontkiemen en daarna drogen, zodat mout ontstond. Molens maalden de mout en rogge tot meel. In de branderijen werd dat meel met water vermengd, vergist en meerdere keren gedistilleerd tot moutwijn. Daarna kwamen de distilleerderijen in beeld, die de moutwijn nog eens overstookten met jeneverbessen en andere kruiden.

Er bleef ook iets over: de spoeling, het restproduct van het stoken. Die werd als veevoer gebruikt, waardoor er in en rond Schiedam enorme aantallen varkens werden gehouden. Zo was de jenever verweven met bijna de hele lokale economie.

Bloeitijd en het Zwarte Nazareth

In de negentiende eeuw beleefde de industrie haar hoogtepunt. Rond 1880 telde Schiedam bijna vierhonderd branderijen. De stad was een van de grootste producenten van gedistilleerd ter wereld en jenever uit Schiedam werd tot ver over de grenzen geëxporteerd.

Die groei had een keerzijde. De branderijen stookten op steenkool, en de rook zette huizen, straten en was zwart van het roet. Daaraan dankt Schiedam de bijnaam Zwart Nazareth. Arbeiders werkten lange dagen in hitte en stank, en de armoede in de volkswijken was groot.

De neergang van de branderijen

Aan het eind van de negentiende eeuw kwam de klad erin. Buitenlandse concurrentie, goedkopere productiemethoden elders en hogere accijnzen maakten het voor kleine branderijen steeds moeilijker. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was graan bovendien schaars. Veel bedrijven sloten hun deuren of gingen op in grotere ondernemingen.

Een paar namen hielden stand. Het bekendste voorbeeld is de familie Nolet, die al sinds de late zeventiende eeuw in Schiedam distilleert en dat nog altijd doet. Wil je meer lezen over het huidige Schiedam en de verhalen uit de stad, dan vind je op schiedamkrant.nl lokaal nieuws en achtergronden die soms ook teruggrijpen op dit verleden. Wie die verhalen wil opzoeken, kan terecht op schiedamkrant.nl.

Wat je vandaag nog ziet

Het jeneververleden is in Schiedam letterlijk in het straatbeeld verankerd. Je hoeft geen kenner te zijn om de sporen op te pikken, als je weet waar je moet kijken.

  • De molens: Schiedam heeft de hoogste traditionele windmolens ter wereld, waaronder De Noord.
  • Het Jenevermuseum aan de Lange Haven, gevestigd in een oude branderij.
  • Pakhuizen en branderijpanden langs de Lange Haven, Korte Haven en Noordvest.
  • De distilleerderij van Nolet, met een moderne windmolen als herkenningspunt.

Een stad die haar geschiedenis koestert

Wie vandaag door Schiedam wandelt, loopt dus eigenlijk door een openluchtmuseum van de jeneverindustrie. De molens die ooit graan maalden voor de branderijen, de havens waar schepen hun lading losten en de gevels die ooit zwart zagen van het roet vertellen samen een verhaal over vakmanschap, handel en hard werken. Neem de volgende keer even de tijd om omhoog te kijken naar die enorme wieken: ze herinneren je eraan hoe een klein glaasje jenever een hele stad vormgaf.